Read in Dutch →

Een andere relatie met kunst

Naar aanleiding van mijn project FOR RENT (2023–2025), en gemotiveerd door een cursus en gesprekken met prof. dr. Helleke van den Braber, hoogleraar Mecenaatstudies aan de Universiteit Utrecht, lanceer ik een donatieprogramma voor mijn kunstpraktijk.

Met dit programma stel ik een eenvoudige, maar fundamentele vraag: wat als we niet alleen betalen voor het moment waarop kunst aan ons wordt getoond, maar ook bijdragen aan het moment waarop kunst ontstaat?

Want daar zit voor mij een van de grootste problemen in het huidige kunst- en cultuursysteem. We zijn gewend geraakt aan een economie waarin de presentatie centraal staat. We kopen een kaartje voor een concert, bezoeken een tentoonstelling of kopen een kunstwerk. Daarmee betalen we voor een zichtbaar resultaat. We verwachten vervolgens dat de maker met die inkomsten doorgaat met maken, om ons over een tijdje opnieuw iets te kunnen laten zien.

Dat is een mooi idee. Alleen: het klopt niet met de werkelijkheid. Het grootste deel van een kunstenaarspraktijk speelt zich af buiten het zicht van het publiek. In het atelier, achter een bureau, tijdens gesprekken, in mislukkingen, experimenten, twijfel en eindeloos opnieuw beginnen. Dáár vindt de expressie plaats. Het uiteindelijke werk of de tentoonstelling is slechts het zichtbare deel van een veel groter proces. Toch is vrijwel het hele systeem ingericht rondom dat zichtbare eindpunt.

Met dit programma draai ik die verhouding om: Niet betalen voor een kunstwerk, maar bijdragen aan het maakproces.

Ik geef mijn publiek de mogelijkheid om rechtstreeks bij te dragen aan mijn creatieve proces. Niet als liefdadigheid en ook niet omdat een kunstenaar per definitie een ‘behoeftig’ iemand zou zijn, maar omdat vrije creatie iets van waarde is dat we gezamenlijk in stand kunnen houden.

Een donatie betekent voor mij niet alleen financiële steun. Het is ook een vorm van betrokkenheid. We spreken met elkaar af dat je gedurende een bepaalde periode onderdeel bent van mijn praktijk en toegang krijgt tot wat normaal gesproken grotendeels verborgen blijft.

Je krijgt een kijkje in mijn atelier en in mijn wereld: de ideeën, probeersels, fouten, mislukkingen en ontwikkelingen die voorafgaan aan wat uiteindelijk publiek wordt.

Daar horen bijvoorbeeld essays bij, fragmenten uit mijn kunstenaarsdagboek, experimenten en zines, een jaarlijks diner in het atelier, persoonlijke uitnodigingen voor tentoonstellingen en andere bijzondere gelegenheden en korting bij de aanschaf van werk. Maar belangrijker dan die voordelen is wat er onder ligt: je weet waar je bijdrage terechtkomt en wat die bijdrage mogelijk maakt.

Meer tijd. Meer rust. Meer vrijheid. Meer ruimte om te maken wat er op dat moment werkelijk gemaakt moet worden.

‍

Een financiële én menselijke bijdrage

Tijdens FOR RENT heb ik ervaren hoe waardevol zo'n relatie kan zijn.

Natuurlijk is er het geld. Dat zorgt voor ruimte en vermindert de druk om voortdurend te moeten nadenken over de volgende opdracht, verkoop of presentatie. Die rust heeft directe invloed op wat er in het atelier gebeurt.

Maar er is nog iets anders.

Weten dat iemand bewust kiest om mijn ontwikkeling te volgen en daar onvoorwaardelijk in wil investeren, is een enorm mentaal duwtje in de rug. Het geeft het gevoel dat het werk niet alleen bestaat op het moment dat het aan de muur hangt. Dat iemand benieuwd is naar wat er nog niet is.

Daarmee ontstaat iets wat in mijn ogen minstens zo belangrijk is als financiële ondersteuning: een relatie rond het creatieve proces.

Daarom heeft de afspraak ook een looptijd. Een bedrag ineens ontvangen is prettig, maar weten dat iemand een heel jaar achter je staat, werkt fundamenteel anders. Stel dat je €1.000 beschikbaar wilt stellen: dan ontvang ik dat bedrag bij voorkeur verspreid over vier kwartalen. Niet omdat dat administratief mooier is, maar omdat betrokkenheid over tijd betekenis krijgt.

‍

Een onafhankelijkere kunstpraktijk

Met dit programma wil ik bovendien iets onderzoeken dat groter is dan mijn eigen praktijk.

Ik wil mijn afhankelijkheid van bedrijfs- en winststructuren verkleinen. Niet omdat kunst buiten de samenleving zou moeten staan, integendeel. Kunst bestaat juist in een voortdurende, soms ongemakkelijke verhouding tot de samenleving. Maar reflectie, kritiek en vrije expressie hebben ruimte nodig. Wanneer cultuur te afhankelijk wordt van de staat, commerciële belangen, fondsen, verkoopmechanismen, kaartverkoop of andere bestaande structuren, beïnvloeden die structuren uiteindelijk ook wat er gemaakt en zichtbaar wordt.

Juist nu cultuur steeds vaker onderwerp wordt van politieke en economische strijd, vind ik het belangrijk om te onderzoeken hoe onafhankelijkheid er in de praktijk uit kan zien. Mijn antwoord is voorlopig heel concreet: een publiek dat niet alleen consumeert, maar mede mogelijk maakt.

Mijn ambitie is dat uiteindelijk ongeveer een derde van mijn inkomen uit donaties komt. De overige inkomsten komen uit projecten en uit de verkoop van vrij werk. Daarmee ontstaat een model waarin mijn praktijk minder afhankelijk is van één opdrachtgever, één galerie, één subsidie of één verkoopmoment. Het is een experiment. Maar wel een serieus experiment.

‍

Wat zegt dit over de waarde van kunst?

Daarmee bevraag ik ook het hardnekkige idee dat de waarde van kunst in geld uit te drukken is. Dat idee is vreemd genoeg overal aanwezig, terwijl we tegelijkertijd allemaal weten dat de belangrijkste waarde van kunst daar niet in zit. Een museumkaartje vertelt niets over de maanden of jaren die aan een werk voorafgingen. Een verkoopprijs vertelt niets over de uren waarin een kunstenaar iets probeerde dat mislukte. Een volle concertzaal zegt niets over de jaren waarin een muzikant in stilte heeft geoefend.

We zijn gewend geraakt aan het eindproduct. Ik wil de aandacht terugbrengen naar het maken.

Dit programma is daarom zowel een inkomstenmodel als een statement. Een praktische manier om mijn eigen praktijk voort te zetten én een uitnodiging om opnieuw na te denken over hoe we kunstenaars eigenlijk mogelijk maken. Voor mensen die geloven in kunst, maar haar niet zelf maken, biedt dit programma een directe manier om daar toch onderdeel van te worden. Niet als mecenas op afstand. Niet als consument. Maar als relatie.

‍

Ook een gesprek over het systeem

Ik ben daarnaast geïnteresseerd in de zakelijke werkelijkheid achter kunstenaarspraktijken. Sinds de start van mijn eigen praktijk houd ik nauwkeurig bij hoe mijn inkomsten en uitgaven zich ontwikkelen en wat wel en niet werkt. Juist omdat daar in de kunstwereld relatief weinig openheid over bestaat. Dat vind ik jammer. Meer inzicht en transparantie kunnen volgens mij leiden tot betere keuzes — door kunstenaars, galeries, verzamelaars, instellingen én publiek.

Ik deel mijn cijfers niet publiekelijk, maar binnen de vertrouwelijke sfeer van mijn atelier vertel ik er graag over. Ook sta ik open voor gesprekken, lezingen en paneldiscussies over de economische positie van kunstenaars en over alternatieve modellen voor het financieren van kunst. Dit programma is dus niet alleen een uitnodiging om mij te steunen. Het is een uitnodiging om mee te denken over een andere manier van omgaan met kunst.

Geïnteresseerd om mee te doen? Laten we beginnen met een gesprek. Want misschien begint een andere kunstpraktijk uiteindelijk precies daar: niet bij het kopen van het eindresultaat, maar bij de bereidheid om betrokken te raken bij wat eraan voorafgaat. Het uitgangspunt voor het gesprek is om met elkaar een professionele relatie aan te gaan voor minimaal een jaar en een minimumbedrag van 500,-.

‍

Guide de Boer
Guide de Boer

Een andere relatie met kunst

Naar aanleiding van mijn project FOR RENT (2023–2025), en gemotiveerd door een cursus en gesprekken met prof. dr. Helleke van den Braber, hoogleraar Mecenaatstudies aan de Universiteit Utrecht, lanceer ik een donatieprogramma voor mijn kunstpraktijk.

Met dit programma stel ik een eenvoudige, maar fundamentele vraag: wat als we niet alleen betalen voor het moment waarop kunst aan ons wordt getoond, maar ook bijdragen aan het moment waarop kunst ontstaat?

Want daar zit voor mij een van de grootste problemen in het huidige kunst- en cultuursysteem. We zijn gewend geraakt aan een economie waarin de presentatie centraal staat. We kopen een kaartje voor een concert, bezoeken een tentoonstelling of kopen een kunstwerk. Daarmee betalen we voor een zichtbaar resultaat. We verwachten vervolgens dat de maker met die inkomsten doorgaat met maken, om ons over een tijdje opnieuw iets te kunnen laten zien.

Dat is een mooi idee. Alleen: het klopt niet met de werkelijkheid. Het grootste deel van een kunstenaarspraktijk speelt zich af buiten het zicht van het publiek. In het atelier, achter een bureau, tijdens gesprekken, in mislukkingen, experimenten, twijfel en eindeloos opnieuw beginnen. Dáár vindt de expressie plaats. Het uiteindelijke werk of de tentoonstelling is slechts het zichtbare deel van een veel groter proces. Toch is vrijwel het hele systeem ingericht rondom dat zichtbare eindpunt.

Met dit programma draai ik die verhouding om: Niet betalen voor een kunstwerk, maar bijdragen aan het maakproces.

Ik geef mijn publiek de mogelijkheid om rechtstreeks bij te dragen aan mijn creatieve proces. Niet als liefdadigheid en ook niet omdat een kunstenaar per definitie een ‘behoeftig’ iemand zou zijn, maar omdat vrije creatie iets van waarde is dat we gezamenlijk in stand kunnen houden.

Een donatie betekent voor mij niet alleen financiële steun. Het is ook een vorm van betrokkenheid. We spreken met elkaar af dat je gedurende een bepaalde periode onderdeel bent van mijn praktijk en toegang krijgt tot wat normaal gesproken grotendeels verborgen blijft.

Je krijgt een kijkje in mijn atelier en in mijn wereld: de ideeën, probeersels, fouten, mislukkingen en ontwikkelingen die voorafgaan aan wat uiteindelijk publiek wordt.

Daar horen bijvoorbeeld essays bij, fragmenten uit mijn kunstenaarsdagboek, experimenten en zines, een jaarlijks diner in het atelier, persoonlijke uitnodigingen voor tentoonstellingen en andere bijzondere gelegenheden en korting bij de aanschaf van werk. Maar belangrijker dan die voordelen is wat er onder ligt: je weet waar je bijdrage terechtkomt en wat die bijdrage mogelijk maakt.

Meer tijd. Meer rust. Meer vrijheid. Meer ruimte om te maken wat er op dat moment werkelijk gemaakt moet worden.

‍

Een financiële én menselijke bijdrage

Tijdens FOR RENT heb ik ervaren hoe waardevol zo'n relatie kan zijn.

Natuurlijk is er het geld. Dat zorgt voor ruimte en vermindert de druk om voortdurend te moeten nadenken over de volgende opdracht, verkoop of presentatie. Die rust heeft directe invloed op wat er in het atelier gebeurt.

Maar er is nog iets anders.

Weten dat iemand bewust kiest om mijn ontwikkeling te volgen en daar onvoorwaardelijk in wil investeren, is een enorm mentaal duwtje in de rug. Het geeft het gevoel dat het werk niet alleen bestaat op het moment dat het aan de muur hangt. Dat iemand benieuwd is naar wat er nog niet is.

Daarmee ontstaat iets wat in mijn ogen minstens zo belangrijk is als financiële ondersteuning: een relatie rond het creatieve proces.

Daarom heeft de afspraak ook een looptijd. Een bedrag ineens ontvangen is prettig, maar weten dat iemand een heel jaar achter je staat, werkt fundamenteel anders. Stel dat je €1.000 beschikbaar wilt stellen: dan ontvang ik dat bedrag bij voorkeur verspreid over vier kwartalen. Niet omdat dat administratief mooier is, maar omdat betrokkenheid over tijd betekenis krijgt.

‍

Een onafhankelijkere kunstpraktijk

Met dit programma wil ik bovendien iets onderzoeken dat groter is dan mijn eigen praktijk.

Ik wil mijn afhankelijkheid van bedrijfs- en winststructuren verkleinen. Niet omdat kunst buiten de samenleving zou moeten staan, integendeel. Kunst bestaat juist in een voortdurende, soms ongemakkelijke verhouding tot de samenleving. Maar reflectie, kritiek en vrije expressie hebben ruimte nodig. Wanneer cultuur te afhankelijk wordt van de staat, commerciële belangen, fondsen, verkoopmechanismen, kaartverkoop of andere bestaande structuren, beïnvloeden die structuren uiteindelijk ook wat er gemaakt en zichtbaar wordt.

Juist nu cultuur steeds vaker onderwerp wordt van politieke en economische strijd, vind ik het belangrijk om te onderzoeken hoe onafhankelijkheid er in de praktijk uit kan zien. Mijn antwoord is voorlopig heel concreet: een publiek dat niet alleen consumeert, maar mede mogelijk maakt.

Mijn ambitie is dat uiteindelijk ongeveer een derde van mijn inkomen uit donaties komt. De overige inkomsten komen uit projecten en uit de verkoop van vrij werk. Daarmee ontstaat een model waarin mijn praktijk minder afhankelijk is van één opdrachtgever, één galerie, één subsidie of één verkoopmoment. Het is een experiment. Maar wel een serieus experiment.

‍

Wat zegt dit over de waarde van kunst?

Daarmee bevraag ik ook het hardnekkige idee dat de waarde van kunst in geld uit te drukken is. Dat idee is vreemd genoeg overal aanwezig, terwijl we tegelijkertijd allemaal weten dat de belangrijkste waarde van kunst daar niet in zit. Een museumkaartje vertelt niets over de maanden of jaren die aan een werk voorafgingen. Een verkoopprijs vertelt niets over de uren waarin een kunstenaar iets probeerde dat mislukte. Een volle concertzaal zegt niets over de jaren waarin een muzikant in stilte heeft geoefend.

We zijn gewend geraakt aan het eindproduct. Ik wil de aandacht terugbrengen naar het maken.

Dit programma is daarom zowel een inkomstenmodel als een statement. Een praktische manier om mijn eigen praktijk voort te zetten én een uitnodiging om opnieuw na te denken over hoe we kunstenaars eigenlijk mogelijk maken. Voor mensen die geloven in kunst, maar haar niet zelf maken, biedt dit programma een directe manier om daar toch onderdeel van te worden. Niet als mecenas op afstand. Niet als consument. Maar als relatie.

‍

Ook een gesprek over het systeem

Ik ben daarnaast geïnteresseerd in de zakelijke werkelijkheid achter kunstenaarspraktijken. Sinds de start van mijn eigen praktijk houd ik nauwkeurig bij hoe mijn inkomsten en uitgaven zich ontwikkelen en wat wel en niet werkt. Juist omdat daar in de kunstwereld relatief weinig openheid over bestaat. Dat vind ik jammer. Meer inzicht en transparantie kunnen volgens mij leiden tot betere keuzes — door kunstenaars, galeries, verzamelaars, instellingen én publiek.

Ik deel mijn cijfers niet publiekelijk, maar binnen de vertrouwelijke sfeer van mijn atelier vertel ik er graag over. Ook sta ik open voor gesprekken, lezingen en paneldiscussies over de economische positie van kunstenaars en over alternatieve modellen voor het financieren van kunst. Dit programma is dus niet alleen een uitnodiging om mij te steunen. Het is een uitnodiging om mee te denken over een andere manier van omgaan met kunst.

Geïnteresseerd om mee te doen? Laten we beginnen met een gesprek. Want misschien begint een andere kunstpraktijk uiteindelijk precies daar: niet bij het kopen van het eindresultaat, maar bij de bereidheid om betrokken te raken bij wat eraan voorafgaat. Het uitgangspunt voor het gesprek is om met elkaar een professionele relatie aan te gaan voor minimaal een jaar en een minimumbedrag van 500,-.